vrijdag 10 februari 2017

Groen buiten de deur




Blue Monday kwam en ging, en ik maakte net als elk jaar mijn zuivelvrije maaltijden. Elk jaar met steeds groter gemak en steeds meer routine. Mijn kaassaus zou aan een (niet heel kritische) Italiaan een glimlach ontlokken; mijn bananenbrood helpt je de hele ochtend door en mijn pannenkoekjes zijn stevig doch luchtig. Ketchup maken was een aangename avondvullende bezigheid en de potjes sojamayo staan fris, zoet en romig voor het grijpen in de ijskast. Amandelmelk van meneer Heijn bleek water met een kleurtje, zo las ik laatst , maar een sojalatte is zo uit de losse pols geklopt. Geen vuiltje aan de lucht, geen kaas-honger of ei-falen. Blue Monday kleur ik schaterend groen.

Maar een mens kan niet eeuwig in haar keuken blijven hangen. Het fornuis wil ook wel eens rust en de Amsterdamse horeca kan af en toe een financiële injectie gebruiken. Steunt uw plaatselijke middenstand! Zo’n uitje op z’n tijd voorkomt ook dat ik een kluizenaar word, mijn vriend van mij vervreemd en alleen nog tegen de kater praat. Niemand houdt van kattenvrouwtjes. Erop uit dus! Maar wat moet er dan gegeten worden? Zelfs in Amsterdam is het veganisme nog niet zo wijd verspreid dat je overal terecht kunt met plantaardige eetwensen.

Je kunt natuurlijk naar hipster heavens als Meatless District, maar ook ‘gewone’ restaurants hebben best wat zuivel- en vleesvrijs te bieden. De Aziatische keuken vervult de groene eetwens uitstekend bijvoorbeeld. Voorafgaand aan een filmvoorstelling belandden wij bij Indiaas restaurant Mayur in de buurt van het Leidseplein. Ze hebben een enorme keuze uit vegetarische en veganistische recepten. Hun dahl is niet te versmaden.

Café De Jaren heeft een lekker vegan noedelgerecht op de kaart en de Golden Brown Bar (yup, ook een tent voor baarden met knotjes en fixies) serveert Thais en speciaalbiertjes. Een klassieker die er al zit sinds de start van onze jaartelling is De Waaghals in De Pijp. In diezelfde buurt zit Coffee and Coconuts. Daar worden frisse vegahapjes gemaakt, met een coconut on the side naar smaak (of een biertje). Bij Dophert in de Spaarndammerbuurt eet men een lekkere burger en bij Orontes West een mooie salade met linzensoep. Kortom, als planteneter hoef ik ook buiten de deur niet van de honger om te komen.

Maar hé, het is koud buiten. En door al dat gebras in restaurants ben ik enorm blut. We blijven vanavond lekker binnen en eten winters en troostend een knus en goedkoop soepje met dank aan de Volkskeuken van de Volkskrant.

Soep om voor thuis te blijven

  • Een blik linzen
  • Een pond spruitjes
  • Halve liter water
  • Twee teentjes knoflook
  • Takjes tijm
  • Ahornsiroop
  • 1 bouillonblokje
  • 1 citroen
  • Sojakookroom
  • Bieslooksprietjes
  • Lenteuitjes

 
Spoel de linzen af onder de kraan en laat ze in een zeef uitlekken. Doe de spruitjes met water, tijm, knoflook en een bouillonblokje in een pan, breng aan de kook en kook ze op laag vuur in ongeveer 10 minuten gaar. Pureer de soep met een staafmixer glad en roer de linzen, een scheutje ahornsiroop, wat citroensap en een flinke scheut sojaroom erdoor. Breng op smaak met zout en peper. Bestrooi met lente-ui of bieslook en serveer er grof brood bij.


zaterdag 13 februari 2016

Vet Vegan



‘Ja, soms heb ik dus echt geen zin om ingewikkeld te doen met linksdraaiende gerookte amandelseitan,’ zegt mijn vegan-vriendin-in-crime en toont mij een plantaardig potje mayo. En weet je? Gelijk heeft ze! We hebben het al moeilijk genoeg. We hebben banen, studies, kinderen, katten en doen verwoede pogingen om er nog iets van een sociaal leven op na te houden. Dan heeft een mens ook wel eens zin in Fast en Vet. Fuck gezond! Kom maar door met die pizza. En snel een beetje graag.

Koken is fijn en meditatief. Maar na een dag beeldscherm staren, wil ik gewoon iets hartigs zonder lang kokkerellen. Ik speel dus vaak vals. Een kant-en-klare pizzabodem is zo gekocht. Wat groenten erop, misschien wat blokjes gekruide tofu en klaar.
Zoet is troostrijk en bereikbaar voor elke veganist. Pure chocola is hartstikke vegan en bovengenoemde vriendin maakt de heerlijkste choco-kokos bonbons van louter plantenspul (als je dit leest: stuur je het recept nog?). Hartstikke zondig, maar soms is dat gewoon nodig.

Sojamayo heb ik dan wel weer zelf gemaakt. Zonde om die dure blender te laten verstoffen (en het duurt langer om naar de supermarkt te gaan om een potje te kopen). Ik heb het recept uit een handig kookboek dat bol staat van de basisrecepten voor veganistische sauzen, dressings, ‘kaas’ en ‘vleesch’, The Homemade Vegan Pantry van Miyoko Schinner.

Er is eigenlijk maar één nadeel: dieren mogen er dan niet in zitten, aan calorietjes is er geen gebrek. Wie dacht een paar kilootjes kwijt te kunnen raken door een strikt dieet van planten, doet er goed aan niet dit recept te maken (en ook die choco-kokos-ballen met rust te laten).

Sojamayo

  • 3,5 dl plantaardige melk (ik had zonder dat ik doorhad gezoete sojamelk met een vleugje vanille gebruikt. Toen ik daar achter kwam baalde ik, maar het werkte eigenlijk onverwacht heel goed).
  • 2 theelepels mosterd
  • Scheutje azijn (ik heb appelciderazijn gebruikt, citroensap kan ook)
  • Zout en peper
  • 8 dl (olijf)olie

Doe de mosterd, azijn, peper en zout en melk in een blender en draai deze even. Schenk er vervolgens hééél langzaam olie bij. Ik hoefde dit maar een paar minuutjes te doen, dus let op dat het mengsel romig blijft en niet té stijf wordt. Doe in een potje (die je eerst tien minuten in kokend water hebt gelegd) en schep over van alles en nog wat.  Een goed idee om af en toe een blob in pesto’s of tapenades te doen, zoals op de foto boven bij de gefrituurde aardappelpannekoekjes, maar heel klassiek bij de gebakken aardappeltjes of op een boterham met ‘kaas’ is ook erg lekker.


zondag 31 januari 2016

Olifant op hakken


Ik doe de deur open en daar staan ze: mijn olifanten in de kamer. Olifanten op hakken, met ritsen, van suède, met strikjes. Zwart, bruin, groen met goud, rood, zilvermetallic, oranje en met fleurige bloemen.  Ik wil het er liever niet over hebben, té pijnlijk, maar om deze leren olifantjes kan ik niet langer heen. Nee, ik kan nog wel tienduizend plantaardige recepten opdissen, maar daar wordt deze zonde niet mee weggewassen. Time to come clean: ja, mensen, goeiemorgen, ik heb een schoenenfetisj en een leerverslaving.  En dan heb ik het nog niet over mijn rokjes, bloesjes, truitjes van Mango, Zara, H&M.

Zondig schoeisel...
 Zo, dat is eruit.

Ik werd vijf jaar geleden vegetariër na het lezen van Eating Animals van Jonathan Safran Foer. Het kostte me  vrij weinig moeite vleesloos te leven. Intussen ging ik wel vrolijk door met het consumeren van kleding zonder noemenswaardige schaamte. Dat wil zeggen, het kriebelde wel wat, die goedkope kekke broekjes, maar het was ook zó moeilijk om duurzame textiel aan te schaffen. Waar koop je die nou? En tja, ik was toch ook al vegetariërs geworden? Dat was toch ook heel wat waard?

Deze laisser faire-houding werd steeds moeilijker om vol te houden. Met elk schandaal (Rana Plaza!) in de kledingindustrie speelde mijn geweten op. Ik kocht meer duurzaam, maar compenseerde dat vervolgens met schoenen van Sasha of Invito.

Na het lezen van het artikel van Maartje Laterveer in het kerstnummer van Vrij Nederland, wist ik dat ik mijn leren-schoenen-cheapo-kleding-zonden niet simpelweg kon afkopen met een maandje niet dierlijk consumeren. Volgens Laterveer, die zelf - saillant detail - ook bij Vogue werkt, is de kledingindustrie, na de olieindustrie, de meest vervuilende van de wereld. ‘Onder andere verantwoordelijk voor een geschatte 25 procent van het pesticidegebruik, 10 procent van de broeikasgasuitstoot en zo’n 20 procent van de industriële watervervuiling.’

Zij laat in haar artikel zien dat duurzaamheidsclaims van de modeindustrie vaak niet veel meer zijn dan marketingtrucs. H&M gaat prat op zijn recyclingacties. Zo’n 1,2 miljoen stukken kleding zouden van tweedehandsjes worden gemaakt. Wauw! Maar, zegt Laterveer,  ‘H&M maakt naar schatting zo’n 600 miljoen kledingstukken per jaar, dus 1,2 miljoen stuks komt neer op 0,2 procent van de totale kledingproductie.’ Ai! En het klonk zo goed.

De consument is natuurlijk niet onschuldig. ‘We kopen met z’n allen jaarlijks ruim 80 miljard kledingstukken – dat is vierhonderd procent meer dan twintig jaar geleden,’  schrijft Laterveer. Say what? En wie denkt de minderbedeelden blij te maken met een oud H&M’tje, vergeet het: ‘We dumpen ontwikkelingslanden vol met kleding waar ze niet op zitten te wachten, die hun eigen kledingindustrie bovendien lamlegt en zich opstapelt op een vuilnisbelt waar kinderen blootsvoets tussen de niet-afbreekbare chemische rotzooi van onze afgedankte H&M’tjes lopen.’ Au!

En als je dan toch schoenen moet kopen, koop dan de veganversie. Over een jaar mag ik ook naar Vega-Life, Amsterdam voor zo'n prachthakje (foto van de etalage heb ik buiten genomen voor het raam, echt waar!)
Er is eigenlijk maar één oplossing en dat is drastisch minderen. Afkicken van de kledingindustrie, die nog erger is dan de vleesindustrie, zo lijkt het: superslecht voor de planeet en geen overheid die er naar kraait. Ik doe dus een kledingdetox: een jaar geen nieuwe kleding, geen ondergoed, geen sokken en zeker geen jurkjes en laarsjes. Het is nu januari. Ik heb de uitverkoop overleeft, niets aangeschaft en draag braaf de olifantjes die in mijn kast wonen. En overdenk onderwijl mijn zonden bij een troostend stuk (plantaardig) bananenbrood. Sommige zonden moet je namelijk wél in ere houden.

Licht zoet en zondig en troostrijk bananenbrood


  • 250 gram tarwebloem
  • 1,5 theelepel bakpoeder
  • 1,25 dl soyamelk (ik heb voor de gezoete versie gekozen)
  • 60 ml plantaardige olie (ik koos voor kokos)
  • 4 rijpe bananen in plakjes
  • 100 gram pindakaas
  • 1 theelepel kaneel
  • 1 citroen: sap en schil
  • Optioneel: gehakte nootjes naar smaak


Maak een bananenbeslag door de staafmixer te zetten op bananen, pindakaas, melk, citroensap en -schil, kaneel en plantaardige olie.Zeef de bloem en bakpoeder in een kom en schep hier het bananenbeslag doorheen.Stort in een cake-bakvorm, strooi er eventueel nootjes overheen en zet ongeveer een half uur in de oven (180 graden). Klaar! Nog sneller dan een jeans scoren in de sale!

zaterdag 16 januari 2016

The nutty professor

‘Het lijkt wel een laboratorium bij jou in huis’, zei een collega deze week tegen me. Ik deed net of ik de lichte irritatie over mijn obsessieve verslagen van geslaagde en mindergeslaagde keuken-strapatsen niet hoorde. Enthousiast bevestigde ik haar opmerking. Ja, dat is het natuurlijk precies: één groot scheikundig experiment! Want hoe maak je pannenkoeken zonder ei? Kaassaus zonder kaas? En burgers zonder, nou ja, zo’n beetje alles wat er bij de Burgerking in burgers gaat? Dan biedt de Allerhande niet langer uitkomst, dan moet je op zoek. Naar exotische ingrediënten, technieken en kookgerei om er iets smakelijks van te maken. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: vega is leuk, maar het moet wel lekker blijven natuurlijk.

Mijn onderzoek en experimenteerdrift leidde mij naar fascinerende, handige en, voor mij tot dan toe, onbekende bestanddelen. Wat dacht je van eivervanger van het merkwaardig klinkende merk Orgran? Gluten free no egg egg replacer, ik lieg niet. Diezelfde collega had het nog ergens achterin de kast, een doos, nooit gebruikt, maar ik mocht het zo hebben hoor.  Hoe is het mogelijk dat je van een poeder dat voornamelijk bestaat uit aardappelzetmeel perfecte pannenkoekjes bakt. (De koemelk vervang je door amandelmelk, net zo makkelijk).

De vulling voor deze pannenkoekjes van spinazie, tomaatjes en champignons zou ik in de decembermaand in kaas (een brietje ofzo, of misschien geraspte pecorino) gesmoord hebben. Mijn alternatief bestaat uit edelgistvlokken, die er weliswaar niet veelbelovend uitzien, maar wel bijzonder verrassend hartig en kazig smaken. Met dank aan de winkel Vegabond in hartje Amsterdam (ze hebben ook lekkere ricottabroodjes zonder ricotta).

Een paar dagen geleden at ik een heerlijk  Japans gerecht met tofu. De gewone witte tofu, die bij mij meestal klef en flauw blijft, deed ik volgens het recept van buurtwinkel Bilder en De Clercq een minuut of tien onder de gril met een sinaasappel-suiker-peper-marinade. Prachtig krokant en goudgekleurd kwamen ze de oven uit. Perfect bij mijn udonnoedel-salade met geroerbakte boerenkool en spruitjes.



Ja, en dan die burgertjes. Ik heb in het verleden vaker peulvruchtenburgertjes geprobeerd te maken. En altijd vielen ze nog voor ze de pan bereikten van ellende uiteen. Ik had de moed al opgegeven toen ik dit recept vond. Dankzij gemalen cashewnoten en boekweitmeel heb ik voor het eerst de perfecte burgers gemaakt. Zelfgemaakte ketchup erbij, gebakken aardappels en je vega-fastfood is klaar!



De perfecte vegan burger

Uit: Miki Deurnicken Kirstin Leybaert, Veggie burgers, balletjes en broodbeleg (Antwerpen 2015).

Voor 6 burgers:
-          150 gr cashewnoten
-          150 gr linzen (gaar en uitgelekt)
-          50 gr boekweitmeel
-          50 gr gehakte olijven
-          20 gr gehakte kappertjes
-          Handjevol gehakte peterselie
-          Teentje knoflook geperst
-          Eetlepel gedroogde Italiaanse kruiden

Maal de cashewnoten fijn in een blender. Doe de rest van de ingrediënten bij het cashewmeel. Voeg peper en zout toe. Doe er een beetje water bij. Kneed nu alles goed door. Verdeel het in zes bolletjes en bak aan beide zijden in een beetje olijfolie goudbruin.