Blue Monday kwam en ging, en ik maakte net als elk jaar mijn
zuivelvrije maaltijden. Elk jaar met steeds groter gemak en steeds meer
routine. Mijn kaassaus zou aan een (niet heel kritische) Italiaan een glimlach
ontlokken; mijn bananenbrood helpt je de hele ochtend door en mijn
pannenkoekjes zijn stevig doch luchtig. Ketchup maken was een aangename avondvullende
bezigheid en de potjes sojamayo staan fris, zoet en romig voor het grijpen in
de ijskast. Amandelmelk van meneer Heijn bleek water met een kleurtje, zo las ik laatst ,
maar een sojalatte is zo uit de losse pols geklopt. Geen vuiltje aan de lucht,
geen kaas-honger of ei-falen. Blue Monday kleur ik schaterend groen.
Maar een mens kan niet eeuwig in haar keuken blijven hangen.
Het fornuis wil ook wel eens rust en de Amsterdamse horeca kan af en toe een financiële
injectie gebruiken. Steunt uw plaatselijke middenstand! Zo’n uitje op z’n tijd voorkomt
ook dat ik een kluizenaar word, mijn vriend van mij vervreemd en alleen nog
tegen de kater praat. Niemand houdt van kattenvrouwtjes. Erop uit dus! Maar wat
moet er dan gegeten worden? Zelfs in Amsterdam is het veganisme nog niet zo
wijd verspreid dat je overal terecht kunt met plantaardige eetwensen.
Je kunt natuurlijk naar hipster
heavens als Meatless District, maar ook ‘gewone’ restaurants hebben best
wat zuivel- en vleesvrijs te bieden. De Aziatische keuken vervult de groene
eetwens uitstekend bijvoorbeeld. Voorafgaand aan een filmvoorstelling belandden
wij bij Indiaas restaurant Mayur in de buurt van het Leidseplein. Ze hebben een
enorme keuze uit vegetarische en veganistische recepten. Hun dahl is niet te
versmaden.
Café De Jaren heeft een lekker vegan noedelgerecht op de
kaart en de Golden Brown Bar (yup, ook een tent voor baarden met knotjes en
fixies) serveert Thais en speciaalbiertjes. Een klassieker die er al zit sinds
de start van onze jaartelling is De Waaghals in De Pijp. In diezelfde buurt zit
Coffee and Coconuts. Daar worden frisse vegahapjes gemaakt, met een coconut on
the side naar smaak (of een biertje). Bij Dophert in de Spaarndammerbuurt eet
men een lekkere burger en bij Orontes West een mooie salade met linzensoep. Kortom,
als planteneter hoef ik ook buiten de deur niet van de honger om te komen.
Maar hé, het is koud buiten. En door al dat gebras in
restaurants ben ik enorm blut. We blijven vanavond lekker binnen en eten
winters en troostend een knus en goedkoop soepje met dank aan de Volkskeuken van
de Volkskrant.
Soep om voor thuis te
blijven
- Een blik linzen
- Een pond spruitjes
- Halve liter water
- Twee teentjes knoflook
- Takjes tijm
- Ahornsiroop
- 1 bouillonblokje
- 1 citroen
- Sojakookroom
- Bieslooksprietjes
- Lenteuitjes
Spoel de linzen af onder de kraan en laat ze in een zeef
uitlekken. Doe de spruitjes met water, tijm, knoflook en een bouillonblokje in een
pan, breng aan de kook en kook ze op laag vuur in ongeveer 10 minuten gaar. Pureer
de soep met een staafmixer glad en roer de linzen, een scheutje ahornsiroop,
wat citroensap en een flinke scheut sojaroom erdoor. Breng op smaak met zout en
peper. Bestrooi met lente-ui of bieslook en serveer er grof brood bij.










