‘Het lijkt wel een laboratorium bij jou in huis’, zei een
collega deze week tegen me. Ik deed net of ik de lichte irritatie over mijn
obsessieve verslagen van geslaagde en mindergeslaagde keuken-strapatsen niet
hoorde. Enthousiast bevestigde ik haar opmerking. Ja, dat is het natuurlijk precies:
één groot scheikundig experiment! Want hoe maak je pannenkoeken zonder ei? Kaassaus
zonder kaas? En burgers zonder, nou ja, zo’n beetje alles wat er bij de
Burgerking in burgers gaat? Dan biedt de Allerhande niet langer uitkomst, dan moet je op zoek. Naar exotische ingrediënten,
technieken en kookgerei om er iets smakelijks van te maken. Ik kan het niet
vaak genoeg zeggen: vega is leuk, maar het moet wel lekker blijven natuurlijk.
Mijn onderzoek en experimenteerdrift leidde mij naar fascinerende,
handige en, voor mij tot dan toe, onbekende bestanddelen. Wat dacht je van
eivervanger van het merkwaardig klinkende merk Orgran? Gluten free no egg egg
replacer, ik lieg niet. Diezelfde collega had het nog ergens achterin de kast, een
doos, nooit gebruikt, maar ik mocht het zo hebben hoor. Hoe is het mogelijk dat je van een poeder dat voornamelijk
bestaat uit aardappelzetmeel perfecte pannenkoekjes bakt. (De koemelk vervang
je door amandelmelk, net zo makkelijk).
De vulling voor deze pannenkoekjes van spinazie, tomaatjes
en champignons zou ik in de decembermaand in kaas (een brietje ofzo, of
misschien geraspte pecorino) gesmoord hebben. Mijn alternatief bestaat uit edelgistvlokken,
die er weliswaar niet veelbelovend uitzien, maar wel bijzonder verrassend hartig
en kazig smaken. Met dank aan de winkel Vegabond in hartje Amsterdam (ze hebben
ook lekkere ricottabroodjes zonder ricotta).
Een paar dagen geleden at ik een heerlijk Japans gerecht met tofu. De gewone witte
tofu, die bij mij meestal klef en flauw blijft, deed ik volgens het recept van
buurtwinkel Bilder en De Clercq een minuut of tien onder de gril met een
sinaasappel-suiker-peper-marinade. Prachtig krokant en goudgekleurd kwamen ze
de oven uit. Perfect bij mijn udonnoedel-salade met geroerbakte boerenkool en
spruitjes.
Ja, en dan die burgertjes. Ik heb in het verleden vaker peulvruchtenburgertjes
geprobeerd te maken. En altijd vielen ze nog voor ze de pan bereikten van
ellende uiteen. Ik had de moed al opgegeven toen ik dit recept vond. Dankzij gemalen
cashewnoten en boekweitmeel heb ik voor het eerst de perfecte burgers gemaakt. Zelfgemaakte
ketchup erbij, gebakken aardappels en je vega-fastfood is klaar!
De perfecte vegan
burger
Uit: Miki Deurnicken Kirstin Leybaert, Veggie burgers, balletjes en broodbeleg (Antwerpen 2015).
Voor 6 burgers:
-
150 gr linzen (gaar en uitgelekt)
-
50 gr boekweitmeel
-
50 gr gehakte olijven
-
20 gr gehakte kappertjes
-
Handjevol gehakte peterselie
-
Teentje knoflook geperst
-
Eetlepel gedroogde Italiaanse kruiden
Maal de cashewnoten fijn in een blender. Doe de rest van de ingrediënten bij het cashewmeel. Voeg peper en zout toe. Doe er een beetje water bij. Kneed nu alles
goed door. Verdeel het in zes bolletjes en bak aan beide zijden in een beetje olijfolie goudbruin.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten